NederlandsEnglish
Springzaad
  Home | Sitemap | Contact | Mijn Springzaad  
meer ruimte voor natuur en kinderen
Springzaad
meer ruimte voor natuur en kinderen

Vriend of partner worden

Nieuws

16 december 2014
Het Buiten van het Buitenhuis

Toen wij op zoek gingen naar een kinderdagverblijf voor onze dochter, konden we niet om het Buitenhuis heen. De ‘groenste’ kinderopvang in de omgeving, die moesten we natuurlijk als eerste bekijken! Een kikkerpoel, een wilgenbosje-in-spe, twee geitjes, een moestuin, buitenbedjes… en niet te vergeten: prachtig uitzicht op de weilanden rondom en elke dag een boswandeling. Al snel waren we verkocht. Inmiddels gaat dochterlief er elke maandag en woensdag heen. Als ik haar ophaal, zie ik dat ze een fijne dag heeft gehad. 

 

In het kader van het Jaar van de Groene Kinderopvang interviewde Marjan Wagenaar Korine Laarhoven over dit bijzondere kinderdagverblijf, even ten noorden van Deventer. 


Interview van Korine Laarhoven door Marjan Wagenaar

Klik hier voor het fotoalbum

--> Onderaan deze pagina kunt u dit interview downloaden als PDF en eventueel printen. 

 

Vertel eens… een kinderdagverblijf in het buitengebied van Schalkhaar, hoe is dat ontstaan?

 

Toen we nog in het dorp woonden, hadden we een huis met een flinke tuin. We wilden graag voor onszelf beginnen en na wat omzwervingen begonnen we een kinderdagverblijf. We bouwden een soort tuinhuis in de achtertuin, daar zijn we begonnen. Het was heel leuk en knus, maar het gaf toch ook beperkingen. We wilden eigenlijk al lang naar het platteland, maar dat was nog niet zo makkelijk. De huizen buitenaf zijn hier duur en bovendien mag je in het buitengebied niet zomaar een kinderdagverblijf beginnen. Dat het uiteindelijk lukte was een lot uit de loterij.

 

En waarom wilden jullie dat graag, naar buiten?

 

Toen we nog vanuit het tuinhuis werkten, gingen we af en toe een stukje wandelen met de kinderen. Het was maar een klein rondje, met de bolderkar, maar het was erg leuk. De kinderen gingen bijvoorbeeld wilde bloemen plukken. Nou ja, meer onthoofden, zoals die kleintjes doen.

Tijdens die wandelingen merkten we wat we eigenlijk al lang wisten: buiten zijn is goed en belangrijk. Als je met kinderen naar buiten gaat zijn ze vanzelf bezig, de tijd verstrijkt vanzelf. Zo’n dag is best lang, de meeste kinderen zijn toch wel 10 uur achter elkaar bij ons. En dus gingen we dat rondje elke dag maken, maar eigenlijk was het te kort. Dat was één van de redenen dat we op zoek gingen naar een andere plek, met meer ruimte om ons heen. 

 

  • Mijn oma vertelde vroeger hoe mijn oom naar de oppas ging: nette kleren aan, zijn haar in een keurige scheiding. Zo zat hij dan de hele dag op de trap te wachten tot ze hem weer kwam halen. Na een tijdje dacht ze “dit is niks”. Ze stopte met werken en hield hem thuis. Mijn oom heeft toen een paar maanden lang alleen maar in de modder gespeeld. Dat verhaal heb ik altijd onthouden.

 

Wat merk je dan aan kinderen, als je naar buiten gaat?

 

Weet je, in het bos is er nooit gedoe. Binnen ben je een beetje kunstmatig bezig. Je gaat met ze knutselen of zo, maar je merkt al gauw dat dat het gewoon niet is. Jongens worden druk, meisjes jaloers. Zodra we dat merken is het hier ‘pak aantrekken en naar buiten’. Dan is het over en zijn ze uit zichzelf bezig, op een natuurlijke manier.

 

We hadden hier bijvoorbeeld  een tijdje 2 heel drukke jongetjes. Zodra ze hier aankwamen, kwamen ze door de voordeur naar binnen, liepen linea recta door naar de achterdeur, pak aan, laarzen aan en dan gingen ze buiten op het bankje zitten. Heel rustig kijken en luisteren.

 

Ruimte om je eigen weg te gaan

Ruimte doet ook echt iets met kinderen. Wist je dat de overheid als minimum 3,5 vierkante meter per kind stelt? Dat is voor de binnenruimte. Buiten is het nog minder, daar is 3 vierkante meter genoeg. Je zou toch helemaal gek worden als je met 11 andere kinderen de hele dag in zo’n kleine ruimte zit? Binnen hebben we hier ongeveer 60 vierkante meter, voor 6 kinderen. Buiten hebben we ruim een hectare. Dat is zo’n verademing! Ook de extra ruimte binnen is heel fijn. Kinderen zoeken hun eigen plekje op en zitten niet constant op elkaars lip.

 

Hoeveel zijn de kinderen op het Buitenhuis nu daadwerkelijk buiten?

 

Nou, ze slapen buiten, dus dat is al 1,5 of 2 uur. ’s Winters spelen ze ’s ochtends een half uurtje of een uurtje buiten, tot het te koud wordt. We maken ook elke ochtend een boswandeling. Het bos ligt nu echt op een steenworp afstand dus dat is geen probleem! ’s Middags gaan ze ook naar buiten. Ik schat dat het in de winter zo’n 30 á 40% van de tijd is en ’s zomers 80% ongeveer. Als het goed weer is zijn ze eigenlijk altijd buiten. Ze komen dan alleen binnen voor de afwisseling, of soms als het hard waait om even wat rust om hun oren te hebben.

 

Hebben jullie nog veel moeten veranderen aan de buitenruimte om te zorgen dat het geschikt werd voor kleine kinderen?

 

Ja, best wel. Het was hier allemaal ‘plat’: nergens schaduw of beschutting, en het was heel nat. Ik heb toen een cursus permacultuur gedaan en dat heeft wel wat handvaten gegeven. We hebben een poel laten graven, zodat het minder zompig werd. De grond die daar uit kwam hebben we gebruikt om het land direct achter het huis te verhogen, zo werd dat ook minder nat. Op die grond kwamen spontaan allemaal wilgen omhoog. Die laten we lekker groeien. We maaien er her en der paadjes doorheen maar verder wordt het een leuk bosje. Verder haalde ik uit die cursus de tip om de inrichting in ‘ringen’ om het huis te doen. Eigenlijk ook heel logisch: datgene wat je het meeste gebruikt moet, dichtbij, in de binnenste ring liggen. Hoe verder naar buiten toe, hoe minder je het gebruikt. De zandbak en de moestuin liggen dus heel dicht bij huis, de poel ver weg. Een lokale stichting heeft ons geholpen fruitbomen en singels te planten.

Ik vind het wel lastig hoor, die inrichting. We moeten het allemaal zelf bedenken en dat is best moeilijk. We zijn ook nog steeds aan het opbouwen en dat kost tijd, net als het onderhoud. Tot nu toe is het vooral het maaien van het gras en 2 keer per jaar de heggen snoeien. Maar straks moeten bijvoorbeeld die singels ook bijgehouden worden. In de toekomst willen we ook nog graag een waterspeelplaats aanleggen.

 

Hoe gebruik je de buitenruimte in de praktijk?

 

We zijn er gewoon heel veel. Als de kinderen willen mogen ze buiten in de zandbak spelen. Dat kan bijna altijd, want ik kan ze ook zien als ik zelf binnen ben. Als ik ook naar buiten ga, gaan we bijvoorbeeld de geitjes aaien of met de geitjes aan het touw wandelen. Of we lopen met z’n allen naar de poel, waterbeestjes zoeken of gewoon alleen maar in het water kijken. Daarna lopen we verder langs de paardenwei, de houtsingels en de moestuin. ’s Ochtends maken we een boswandeling met alle kinderen die op dat moment wakker zijn. Het hele spul warm aangekleed, laarzen aan en de jongsten in de kar of kinderwagen. En dan maar lopen. Het is voor de kinderen elke dag een nieuw avontuur. Bijvoorbeeld kijken hoe hoog ze durven klimmen op de ladder van het jagershutje. Of ze zien een haas en rennen er op af. ’s Zomers als er gemaaid is in de wei spelen ze met het dorre gras.

 

Welke rol spelen de dieren in het Buitenhuis?

 

Onze geitjes zijn een verhaal apart. Toen we ze ophaalden bij een boer die geiten fokte zijn we uren bezig geweest ze te vangen in de wei. Ze waren helemaal geen mensen gewend en maakten sprongen zo hoog als ikzelf. Eenmaal thuis ben ik toen heel stilletjes bij ze in de wei gaan zitten met brokjes op mijn hand. Uiteindelijk wenden ze best heel snel en nu zijn ze superlief. Maar voor de kinderen was het in het begin ook eng hoor.

 

Match tussen kind en geit

Wat ik leuk vind om te zien is dat de geitjes allebei een ander karakter hebben en daardoor ook allebei iets met verschillende kinderen hebben. Truitje is de kleinste, die is het meest extravert. Als de kinderen komen, komt ze direct naar het hek. Zij heeft dus een klik met de kinderen die direct op haar af komen. Wanja is wat introverter en als een kind op haar afstuitert is ze snel weg. Maar zij heeft juist weer wat met introverte kinderen, die wat terughoudender zijn. Die hebben dan echt een band met haar en ze kennen elkaar.

 

Volgens mij is het voor kinderen heel gezond om een band met dieren op te bouwen. Peuters zijn bezig met wilsvorming (de koppigheidsfase) en dan kan de omgang met een dier heel goed werken. Contact met dieren gaat niet zomaar, daar moet je een beetje je best voor doen. Als je bijvoorbeeld een driftbui krijgt, dan zijn ze weg. Dieren laten zich ook niet manipuleren: je kunt ze proberen te dwingen wat je wilt, maar dat helpt niks. Kinderen begrijpen dat snel. Als ze dan op een goede manier contact leggen krijgen ze een prachtige beloning van het dier: ze mogen knuffelen en aaien. Doordat peuters zo verschillende contacten opbouwen ervaren ze dat de wereld goed is en dat sociale interacties lukken. Ze ontwikkelen vertrouwen in zichzelf en durven eerder nieuwe dingen te leren. Waar ze eerst zo’n geitje eng vonden zijn ze nu dikke vrienden en hebben ze dus een succeservaring opgedaan.

De pony’s en koeien zijn voor direct contact te groot voor deze kinderen, maar als we gaan wandelen lopen ze vaak wel mee langs het hek. Zo leren ze dat zelfs grote dieren niet eng zijn. Koeien zijn nieuwsgierig en de pony’s zijn zelfs lief, die kun je peertjes voeren en rietstengels en als je het durft, over hun snuit aaien.

 

En die moestuin? Dat is ook wel een opvallend onderdeel van een kinderdagverblijf!

 

In de moestuin verbouwen we wat groenten die we in de keuken gebruiken. We koken namelijk aan het einde van elke dag een warme maaltijd voor de kinderen. Zelf oogsten is vooral voor de iets oudere kinderen erg leuk. Als we daar worteltjes oogsten en schoonmaken dan vinden ze het geweldig om ‘m ter plekke op te eten. Als ik datzelfde worteltje mee zou nemen en ze aan tafel zou zetten, dan eten ze ‘m niet op! Hetzelfde geldt soms voor fruit: aan tafel willen ze het niet, maar als ze bij de bessenstruiken staan dan houden ze niet op met smikkelen. De allerjongsten hebben nog niet zo veel aan die moestuin hoor. Ze vinden het wel leuk om een aardappel uit de grond te trekken maar het zegt ze nog niet zo veel. Als we net gezaaid hebben moet je er met die kleintjes ook niet naar toe, want die banjeren overal dwars doorheen. Die kleintjes zijn nog meer van het ‘jagen en verzamelen’.

 

Hoe bedoel je dat?

 

In de ontwikkeling van kinderen zie ik een soort ontwikkeling van de mensheid terug. Het begint bij jagen en verzamelen, dan komen de boeren, de ambachten en iets van de middeleeuwen rond de basisschooltijd en daarna in en na de puberteit de verlichting zo ongeveer. Die eerste fase kun je hier goed bekijken, omdat we zo veel buiten zijn en ruimte hebben. Ze nemen bijvoorbeeld graag van alles uit het bos mee: dennenappels, takjes, bladeren, stenen, bessen, bloemen. Vaak voor mamma en pappa. Zodra we weer terug zijn vergeten ze die vondsten. Het gaat nog echt om het verzamelen zelf en om het veroveren van iets, ‘het jagen’. Zodra ze iets hebben raken ze hun belangstelling kwijt. We hebben daarom ‘vind-tassen’ voor ze gemaakt, waarin ze hun vondsten kunnen verzamelen. 

 

Peuters en de wereld

Peuters zijn creatief, maar vooral in hun praten en hun spel. Je ziet dat nog niet zo in het vormgeven van hun leefwereld: ze bouwen nog geen hut bijvoorbeeld. Ze zetten hun omgeving nog niet naar hun hand, daarvoor missen ze basale vaardigheden en ervaring. Als ik ze een paar lappen geef en knijpers en lijnen, dan kun je daar een hut van maken, maar zij hebben nog geen idee hoe. Pas als ik het een aantal keer heb voorgedaan kunnen ze het ook. Van wat lapjes en kussentjes of van gemaaid gras maken ze wel uit zichzelf bedjes en nesten. Dat is grappig, omdat het volgens mij wel bij het jaag- en verzameltijdperk hoort: een tijdelijke slaapplaats maken. De weg vinden hoort daar ook bij: herkenningspunten onthouden.

Je moet de wereld voor deze jongste kinderen dus vormgeven, en de wereld in al zijn verscheidenheid laten zien en ervaren op een manier die past bij hun ontwikkelingsfase. Daar horen buiten spelen en in de natuur zijn bij uitstek bij.

 

Verslag door Marjan Wagenaar en Korine Laarhoven.

Redactie: Machteld Klees

 

Kijk voor meer informatie op de website van Het Buitenhuis: www.hetbuitenhuis.info


Het Buiten van het Buitenhuis 16 12 2014

« terug naar NIEUWSoverzicht


| |
Vriend of partner worden