NederlandsEnglish
Springzaad
  Home | Sitemap | Contact | Mijn Springzaad  
meer ruimte voor natuur en kinderen
Springzaad
meer ruimte voor natuur en kinderen

Vriend of partner worden

Nieuws

13 september 2011
Een generatietuin in Amersfoort

Op 29 augustus 2011 werd in Amersfoort een generatietuin geopend. In een generatietuin tuinieren ouderen samen met kinderen van de basisschoolleeftijd, plus in dit geval ook tieners. Kernbegrip van een generatietuin is verbinding, door samen doen in het groen:

  • Verbinding tussen generaties – begrip voor elkaar ontwikkelen.
  • Verbinding met een stukje aarde dat bewerkt wordt en dat groenten, fruit, kruiden en/of bloemen voortbrengt.

Groen is het verbindende element tussen mensen van verschillende generaties en tussen deze mensen en de aarde.
De tuin in Amersfoort is de tweede in Nederland. Ter oriëntatie werd door de Amersfoortse initiatiefnemers de generatietuin in Den Haag bezocht, die in 2010 startte. 


Opzet project
Het initiatief voor de tuin in Amersfoort kwam van de Amersfoortse Brede Combinatie-school in de wijk Zielhorst. Deze vormgeving van de ‘brede school’ geldt mutatis mutandis voor alle wijken in Amersfoort. In Zielhorst vormen de drie basisscholen een netwerk met organisaties voor kinderopvang en de welzijnsorganisatie Stichting Welzijn Amersfoort, met als doel de ontwikkelingskansen van kinderen van 4 tot en met 12 jaar in de wijk te versterken. Deze samenwerkende partners zochten met het oog op de ontwikkeling van een generatietuin de samenwerking met de woningbouwcoöperatie De Alliantie, die een seniorencomplex in de wijk beheert. Bij dit complex werd de tuin aangelegd. Ontwerp en aanleg werden verzorgd door docenten en leerlingen van het Groenhorst College, een MBO-school in Nijkerk. Voor de leerlingen was dit een examenopdracht. Tenslotte werd samenwerking gezocht met het tienercentrum in de wijk. Tieners werken ook mee met het tuinieren en leren zo ook zorgdragen voor hun leefomgeving.

In de beginfase werken de kinderen in de tuin alleen nog binnen de naschoolse opvang en vanuit het tienercentrum. De scholen spelen dus nog geen actieve rol, maar kunnen nu al op aanvraag de tuin in en willen in de toekomst de tuin ook inpassen in hun reguliere lesprogramma.
Wat de ontwikkeling van de concrete praktijk betreft is er nog niet zoveel te melden, die zal zich het eerste jaar moeten uitkristalliseren.

 

Intergenerationele praktijken en intergenerationeel leren
De generatietuin is een voorbeeld van wat samengevat wordt als ‘intergenerationele praktijken’. Deze ‘zijn erop gericht om mensen dichter bij elkaar te brengen in doelmatige, wederzijds voordelige activiteiten die een beter begrip en waardering tussen de generaties bevorderen’ (Almeida Pinto, 2009. p. 20). En wel buiten de directe kring van de (naaste) familie. Mensen worden gemiddeld steeds ouder en veranderingen in de samenleving gaan snel. Het aandeel van ouderen in de samenleving stijgt en er dreigt een brede kloof te ontstaan tussen hen en jonge generaties. In plaats van segregatie wordt daarom gezocht naar activiteiten en activiteitsgebieden die verbinden. Daarbij groeit het besef dat kinderen fris tegen de dingen aankijken en dat senioren niet alleen maar ‘achterhaalde’ kennis en vaardigheden bezitten, maar dat er dingen zijn die het overdragen en koesteren waard zijn. Inclusief waarden die verschillende generaties gemeen hebben, zoals de zorg voor een leefbare aarde.

 

In verband met de generatietuin: de aanwezigheid onder de betrokken senioren van personen die ervaren zijn in het tuinieren zal het effect van hun handelen sterk stimuleren. Als dit niet het geval is moet op een andere manier in deze deskundigheid voorzien worden. Scholen kunnen in dit verband ook een verbond sluiten met een volkstuinvereniging, waar vaak senioren actief zijn die hun kunde en kennis willen delen met kinderen (de Vet, e.a., 2008).

 

Voordelen voor jong en oud

‘Intergenerationele programma’s kunnen veel opleveren (Environmental Protection Agency, z.j.). Voor de buurt, waar het onder andere kan bijdragen aan een sterker gemeenschapsgevoel, het gebruik van kennis en inzet van bewoners maximaliseert en uitwisseling op cultureel gebied bevordert. Voor kinderen en jongeren, voor wie onder andere sociale vaardigheden verbeterd worden en die ook positieve rolmodellen krijgen waaraan ze zich kunnen optrekken. Voor senioren, die gewaardeerd worden als (nog steeds) productieve en nuttige leden van de samenleving, wat ook bijdraagt aan een betere gezondheid. Bij al deze betrokkenen is er sprake van ‘leren’.

 

Buiten leren

Het gebruik van het werkwoord ‘leren’ is met het oog op de generatietuin echter niet zonder risico’s. Kinderen associëren ‘leren’ gemakkelijk en eenzijdig met ‘school’. Ze moeten naar school en daar moeten ze bepaalde dingen leren. Daarbinnen ligt vaak het accent op ‘kennisoverdracht’ van volwassene naar kind, waarbij vooral en veel geluisterd moet worden. Dit is een eenzijdig beeld van leren in de school, maar zo wordt het wel vaak ervaren. In de generatietuin wordt vaak buiten schooltijd gewerkt, in de buitenschoolse opvang. Daarbij gaat het om een invulling van de vrije tijd van de kinderen, met een vrije keuze voor het werken in de tuin. In de kinderopvang heeft men het daarom in plaats van ‘leren’ over ‘ontwikkeling’ en de mogelijkheden daartoe (Schreuder, e.a., 2010). In de generatietuin gaat het primair om leren door doen, in levensechte situaties en is er ook sprake van wederkerigheid in de bijdrage van senioren en kinderen: samenwerken en van elkaar leren.
 

Ik wil daarom pleiten voor een bredere opvatting van ‘leren‘, buiten, maar ook in de scholen (zie hierover Houtepen, 2005 en Both, 2006). Leren doe je je leven lang en niet alleen in scholen. We doen ervaringen op, verwerven nieuwe inzichten en vaardigheden, samen met de daarbij behorende gevoelens. We noemen dit niet gerichte, niet georganiseerde, niet systematische leren ‘informeel leren’, dat overal kan plaatsvinden. Dit in onderscheid van het formele leren, gebonden aan een curriculum, doelgericht, in scholen en cursussen, uiteindelijk leidend tot een diploma. Er is nog een derde vorm van leren: het non-formele leren, dat niet gebonden is aan een formeel vastgesteld programma, met eindkwalificaties. Dit wordt georganiseerd door organisaties als het buurtwerk, welzijnswerk, verenigingen, e.d. Het is leren in de samenleving. De generatietuin vind vooral hier zijn plek.
 

Scholen verbinden zich aan samenleving

Als scholen hierin actief gaan participeren kunnen zij hun didactisch repertoire verbreden naar vormen van non-formeel leren en zich zo tevens openen naar de samenleving – bijdragen aan actief burgerschap - en de natuur. Scholen hebben als voordeel dat zij vormen van reflectie op ervaringen in gespreksvorm en in het documenteren van ervaringen door de kinderen gemakkelijk kunnen inbouwen. Instructie in bepaalde vaardigheden en het verrijken van de ervaring van kinderen door stukjes theorie kan plaatsvinden door ‘lesjes’ , die in het programma ingebouwd worden.

 

Zaaien en oogsten

Het thema voeding is een vruchtbare invalshoek voor een generatietuin, die tevens middel is binnen de natuur- en milieueducatie. De Amerikaanse voedingsexpert Michael Pollan noemt eten een ‘environmental act’ (Mayer-Smith, e.a. 2007). Eten is een zeer intieme relatie met de natuur, waarbij de samenhang van kweken, oogsten, bereiden en eten van voedsel beleefd kan worden. De seizoenen vormen daarbij een belangrijk kader. Het werken in de tuin kan verbonden worden met het vieren: feestelijke activiteiten, met bijbehorende rituelen, bij het zaaien en oogsten. Ook de maaltijd met zelf gekweekte en mede bereide groente en fruit heeft een feestelijk karakter.

 

Verbondenheid

Het zou mooi zijn als over enkele jaren over de generatietuin gezegd kan worden wat uit de evaluatie van een vergelijkbaar intergenerationeel project in Canada bleek:
‘De uitkomsten van interviews met kinderen die vijf jaar geleden in het project participeerden illustreren de betekenis van de sociale, culturele en intergenerationele contexten in de opzet van het project. ... Door de sociale en intergenerationele ervaringen van oudere deskundigen op tuingebied en jonge kinderen doorbreekt het project scheidsmuren tussen oud en jong in onze samenleving en zorgt het voor mogelijkheden voor kinderen en volwassenen om elkaar te ontmoeten rond levensechte onderwerpen en levenservaringen. Dit soort werk versterkt het positief waarderen van verscheidenheid’. En ook ‘het leren over de relatie met wat de aarde voortbrengt aan voedsel en de gezondheid van mensen’ (Mayer-Smith, e.a., 2009, p. 119, vertaling KB).

 

Kees Both

 

Bronnen
-Almeida Pinto, T. (red.)(2009), Gids voor het opstellen en implementeren van intergenerationele projecten. Brussel: Europese Unie - Mates-project. Te downloaden van
http://www.matesproject.eu/GUIDE_21_versions/Dutch.pdf
-Both, K. (2006a), Omgevingseducatie: toekomstperspectief met lange traditie. Podium NME, juni
-Both, K. (2006b), Leerprocessen in omgevingseducatie. Podium NME, oktober
-Environmental Protection Agency (z.j.), Benefits of intergenerational programs. Te downloaden van http://www.epa.gov/aging/ia/index.htm
-Houtepen, J.C. M. (2005), Malburgen, een lerende buurt. Beraadsgroep Vorming. Te downloaden van http://www.beraadsgroepvorming.nl/archief15.html
-Mayer-Smith, J., e.a. (2007), Teaming children and elders to grow food and environmental consciousness. Applied Environmental Education and Communication, jrg. 6, p. 77-85
-Mayer-Smith, J., e.a. (2009), Cultivating and reflecting on intergenerational environmental education on the farm. Canadian Journal of Environmental Education, 14: 107 - 120
-Teefelen, K. van (2010), In de generatietuin zijn jong en oud gelijk. Trouw, 7 april
-Schreuder, L., e.a. (2010), Pedagogisch kader kindercentra 4 – 13 jaar. Amsterdam: Reed. Ook te downloaden van: http://www.stichtingbkk.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/PDF/Peka_4-13_jaar_def_pdf_270411.pdf
-Verspeek, C. (red.)(2010), Handboek generatietuin: Handreiking bij het ontwikkelen van een generatietuin waar kinderen en ouderen samen tuinieren. ‘s – Gravenhage: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Te downloaden van http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2011/07/22/handboek-tuinieren-in-generatietuin.html
-Vet, C.J.G.M. de, e.a. (2008), Groen opgroeien! Advies over meer samenhang in groen jeugdbeleid. Utrecht: Raadvoor het Landelijk Gebied. Te downloaden van
http://www.rlg.nl/adviezen/088/088.html
 


« terug naar NIEUWSoverzicht


| |
Vriend of partner worden